Het lichtlichaam van Jezus komt regelmatig aan de orde in de leer van de Goddelijkheid van de mens en met name in de boeken over het leven van Maria Magdalena en Jezus in het bijzonder in de serie ‘Maria Magdalena en Jezus’. Er vallen verschillende stadia in de ontwikkeling van een lichtlichaam te onderscheiden.
In wezen heeft ieder persoon een lichtlichaam, een niet-materieel lichaam, dat inherent is aan het zijn van mens. Het licht is aanwezig in alle cellen, moleculen en atomen van het menselijk lichaam. Door zijn of haar levenswijze kan de mens de trilling van het lichaam en dus het licht in zich op een hoger niveau brengen. Dit kan door, tijdens diverse incarnaties, dualistische persoonlijkheidsaspecten tot eenheid te brengen, maar ook door bijvoorbeeld in liefdevolle verbinding met je medemens te zijn, verstandige voeding, beweging, yoga, rust, meditatie en in de natuur zijn.
Hoogontwikkelde, verheven meesters zijn in staat om een lichtlichaam buiten hen te scheppen. Zij projecteren lichteenheden vanuit een hogere dimensie die een door hen gewenste vorm van een lichtlichaam op Aarde aanneemt. Jezus kon dit ook. Zo projecteerde hij een lichtlichaam van zichzelf toen hij over het woeste water van het meer van Galilea liep om de vissende discipelen gerust te stellen. Het is voor Aardse mensen niet eenvoudig om een lichtlichaam van een lichaam van vlees en bloed te onderscheiden.
Jezus is door de kruisiging tot een dermate hoge mate van ontwikkeling als mens op Aarde gekomen, hij heeft zijn Aardse Goddelijkheid volledig geactiveerd, dat hij zijn volledige fysieke lichaam kon transformeren in licht. Daardoor is hij in staat om, zonder nog een fysiek lichaam te hebben, zich tussen de spirituele en de materiële dimensie heen te bewegen. Vanuit de spirituele dimensie kan hij zich vervolgens op Aarde manifesteren in elk gewenst lichtlichaam dat hij wil, bijvoorbeeld door zich in de vorm van de voor iedereen bekende Jezus te laten zien.